Schilders

............................................
Gerhard (GK) 1809 - 1888
Willem Gzn 1850 - 1916
Bartus 1853 - 1930
Gerhard Willem 1886 - 1912
Willem Wzn 1887 - 1962
Willem Bzn 1889 - 1964
Herman Daniel 1898 - 1994
Hendrik 1922 - 2012

Categorie

............................................
Landschappen
Bloemstukken
Stillevens
Dieren
Portretten
Stadsbeelden
Diversen
.................................................................................................................................................


Bartus 1853 - 1930

Als tweede zoon van de stamvader Gerhard had hij niet de zorg voor opvolging in de schilderszaak en kreeg hij alle ruimte zijn grote teken- en schildertalent te ontwikkelen onder goede leermeesters.
De literatuur geeft daarvan een uitvoerig achtergrondinformatie.

Onder zijn vele daarin genoemde leerlingen op de beroemde “Avond-Teekenschool” bevonden zich behalve zijn zoon Willem Bzn ook de zoons van zijn broer Willem nl. Gerhard Willlem, Willem Wzn en Herman Daniel. En ook de wereldberoemde Han van Meegeren die, vreemd genoeg, in “Scheen” daar niet genoemd wordt als leerling.

Bij onze speurtocht naar Korteling werken ontdekten wij, bij toeval, een recensie van een Amerikaanse toneel-eenakter “Another Vermeer” (Abingdon Theater in New York) over Han van Meegeren waarin een rol voor zijn  leermeester, prof. Bartus Korteling voorkomt. Als volgt gekarakteriseerd door de recensent:
“Prof. B K changes from Han’s ardent fan to his wounded father figure and he makes a compelling point about the damage liars do to themselves “.

Merkwaardig dat te vinden als actuele toneelrecensie New York (6 april 2008) ruim een eeuw nadat Han van Meegeren leerling van Bartus was en die al lang overleden was toen Van Meegeren’s vervalsingen ontdekt werden.

Over de in “Scheen”, blz. 638, genoemde tentoonstellingen in de periode 1871–1905 moet nog nader onderzoek gedaan worden.Helaas zijn de in “Scheen” gebruikte titels niet altijd voldoende specifiek om vast te kunnen stellen  of het ook 100% een gedocumenteerd werkstuk betreft, maar met het monumentale doek “Dode Haan en Duif” van 1873 Is dit zonder twijfel wel het geval.

De belangrijkste museumcollecties bevinden zich bij HMD en DMA (Coll. SSK), volgens de geldende normen beheheerd, in depots. Af en toe wordt daaruit geselecteerd voor gelegenheids- of thematentoonstellingen.
Vreemd genoeg worden deze collecties niet in "Scheen" genoemd.



“Dode Haan en Duif”
       van 1873

Bartus had grote vaardigheid als tekenaar al voor zijn leraarsopleiding aan de polytechnische school in Delft, getuige de fabelachtige werkjes rond 1868-1870 (13-15 jr) waarin de stijl van leermeester Jan Striening uiteraard goed is te herkennen.

De, in februari 2013 geplaatste, voorlopige selectie omvat landschappen, topografische stadsbeelden, portretten, figuren en enkele interieurs.
Wat opvalt is dat tekeningen zelden een voorbereidende schets zijn, maar bijna altijd een zelfstandig werk.
In tegenstelling tot zijn zoon Willem tekende hij nooit dieren, althans daarvan is niets gevonden.

 




Bekijk schilderijen Bekijk tekeningen